| |
|
|
Elzasreis mei 2007
Na de voorbije jaren de Champagne-streek (2004), Normandië (2005), en Parijs (2006) bezocht te hebben, trekken we dit jaar met de leerlingen van de avondschool, afdeling Frans, naar de Elzas.
We kozen voor het Pinksterweekend en omdat we drie dagen hebben kunnen we ons iets verder wagen.
We zijn met zo een zestigtal deelnemers, leerkrachten inbegrepen, en staan om halfzeven ’s morgens op de parking van de school te Gent klaar. Daniel, onze leerkracht–coördinator die zoals steeds de leiding heeft, verwelkomt ons op de bus.
 |
Na een tussenstop in Aarlen krijgen we van Marleen, één van de leerkrachten Frans, de nodige uitleg over de geschiedenis van de Elzas en de culinaire specialiteiten van die streek. De Elzas, die na de 9e deel uitmaakte van Duitland, maar in de 17e eeuw Frans werd. De streek werd door Duitsland in 1871 opnieuw veroverd maar na de eerste wereldoorlog uiteindelijk afgestaan aan Frankrijk. En ondanks de lange busrit is er ook al heel wat leven op de bus en worden de eerste contacten gelegd…
Iets na de middag bereiken we Straatsburg, de grootste rivierhaven en de zesde stad van Frankrijk. De Elzas staat gekend als een droge en zonnige streek en dit ondermeer door de bescherming door de Vogezen aan de westkant, maar dat de warmte ons zo zou overvallen hadden we niet gedacht. Het is er zo maar eventjes 29 graden! We zoeken iets om te eten en hebben later afspraak met een gids voor een stadswandeling. De dame vertelt ons over de stad en de geschiedenis ervan, en dit alles in mooi en duidelijk Frans, met de nodige gebaren om zich zo verstaanbaar mogelijk te maken. We bezoeken de Cathédrale Notre-Dame met het 16e-eeuws astronomisch uurwerk, we trekken de stad door, de gids vertelt ons over de wijk “la Petite France”, en laat ons vlakbij de sluis op de Ill achter, waar we het versassen van de boten kunnen gadeslaan.
We verkennen op eigen ritme verder de stad. Daarna trekken we naar ons hotel in Barr, een charmehotel temidden van de Elzas, met zicht op de ruines van het Kasteel van Andlau. s’ Avonds maken we voor het eerst kennis met de Elzassische keuken: een traditionele baeckenoffe, een stoofpotje met vlees, en een stukje Munsterkaas als dessert. De kinderen die mee zijn proberen daarna nog even het verwarmd zwembad uit.
Op zondag bezoeken we eerst Ribeauvillé, een charmant wijnstadje dat deel uitmaakt van de Elzasser wijnroute. Het weer is wat minder goed vandaag, maar gelukkig valt de meeste regen als we in de bus zitten. We kuieren door straten met prachtige vakwerkhuizen, de “maisons à colombage”. We merken al gauw dat het stadje blijkbaar ook geliefd is bij ooievaars en we kunnen ze tot op een paar meter naderen.
Dan gaat het richting Colmar. De zon breekt door. Daar maken we onder de middag kennis met een ander typisch streekgerecht, de Tarte Flambée of Flammekueche, een in de oven gebakken gerecht op een brooddeeg. Even later voeren kleine bootjes ons onder Franstalige begeleiding doorheen de kanaaltjes van Colmar, die in verbinding staan met de rivier de Ill, die Colmar verbindt met de Rijn. Niet zonder reden wordt die wijk La Petite Venise genoemd. We hebben hier weer een stad met vakwerkhuisjes, ditmaal met de typische dakpannen in veelkleurige patronen.
Om af te sluiten bezoeken we in het centrum van Colmar onze eerste wijnkelder, die van Robert Karcher. Hij vertelt ons bezield over zijn domein, over druiven en wijn en laat ons een vijftal wijnen proeven. Hij leert ons dat 90 procent van de wijnproductie in de Elzas uit witte wijn bestaat. Over de Riesling, de koning van de Elzasserwijnen, over de Pinot Blanc, over de Tokay-Pinot Gris, die de benaming Tokay moest laten vallen toen Hongarije bij de Europese Unie kwam, en over de Gewurzstraminer, de wijn met de meest intense en kruidige aroma’s, zodat je er voor of tegen bent. Tussen het proeven door maken we als smaakbreker kennis met de Kugelhopf, een deegcake die op een brioche lijkt, een echte Elzasserspecialiteit. De wijn bevalt ons, en heel wat flessen veranderen van eigenaar…
Op maandag staat het kasteel van Haut Koenigsbourg op ons programa. Het weer valt vandaag minder mee. Tijdens ons bezoek is het regenachtig en mistig. Haut Koenigsbourg is één van de zowat 500 burchten die ooit eens in de Elzas stonden, en die uitermate goed bewaard en gerestaureerd werd. Een gids vertelt er ons over de geschiedenis, over twee burchten die er later één werden, over de eetgewoonten, over de wapens en de kanonnen, en over de windmolen binnen de burcht.
Ons laatste bezoek is aan het ommuurde dorp Riquewihr, een toeristische trekpleister met het typische uiterlijk van een Elzasser wijndorp. We wandelen doorheen het centrum met zijn 16e eeuwse huizen en trekken dan naar het Maison Dopff-au-Moulin waar we aan een laatste wijndegustatie toe zijn: we proeven er de befaamde Crémant d’Alsace, waarbij de tweede gisting zoals bij champagne in de fles plaatsvindt, en bezoeken de kelder. Ook hier genieten we ten volle van deze “produits du terroir”… .
Dan lonkt België terug. Er volgt nog een tussenstop om wat te eten in Luxemburg vooraleer we doorrijden naar Gent. Het einde van een goedgevuld en boeiend weekend.
Links
http://www.strasbourg.com/
http://www.haut-koenigsbourg.net/
http://www.ville-colmar.fr/
http://www.ot-colmar.fr/
http://www.kaysersberg.com/
http://www.ribeauville-riquewihr.com/
http://www.vinsalsace.com/nl/index.html
|